[COVID-19] Rust- en verzorgingstehuizen: analyse van de wet betreffende de verplichte vaccinatie

Op 19 november 2021 heeft het federale kernkabinet een compromis bereikt over de verplichte vaccinatie. Wat voorziet deze laatste (?) versie? Een analyse van de Federatie van Brusselse OCMW’s.

De Federatie verdedigde de verplichte vaccinatie voor het zorgpersoneel in ruime zin in haar brief van 14 september 2021. Daarin schreef ze het volgende:
Het virus zal meer de ronde doen nu de vakantie afgelopen is, de scholen herbegonnen zijn en mensen meer binnen zitten omdat het buiten kouder wordt. Er is een reële vrees voor een vierde golf in de herfst, vooral in Brussel.

1. Op 20 augustus bereikte het Overlegcomité een akkoord over het principe van de verplichte vaccinatie voor zorgverleners. Het samenwerkingsakkoord van 24 september 2021 voorziet op zijn beurt in een uitbreiding van het CST, met name in de rusthuizen.

2. De inwerkingtreding is vastgelegd op 1 januari 2022. Vanaf die datum beschikt elke gezondheidszorgbeoefenaar over “een vaccinatie tegen COVID-19 als voorwaarde voor het verkrijgen en het behouden van een visum of de registratie als gezondheidszorgbeoefenaar”.

De Raad van State kreeg echter een termijn van 30 dagen om zijn advies uit te brengen. De toepassing zou dus eerder voor in de loop van januari 2022 zijn.

De wet beoogt niet het voltallige zorgpersoneel, maar enkel de gezondheidszorgbeoefenaars.

In geval van niet-vaccinatie zou de sanctie op termijn een schorsing zijn.

3. Zelfs na vaccinatie bieden de systematische toepassing van de nodige voorzorgsmaatregelen en het dragen van een mondmasker extra bescherming, zowel voor de patiënt als voor de gezondheidszorgbeoefenaar. Het voorontwerp doet op geen enkele manier afbreuk aan de verplichtingen/richtlijnen op gewestelijk niveau.

4. Bovendien is de uitzondering om medische reden, waarvoor een bewijs kan worden voorgelegd, erin opgenomen.

5. Er is een overgangsperiode van drie maanden vastgelegd. Gedurende deze periode “mag de gezondheidszorgbeoefenaar die nog niet beschikt over een vaccinatie tegen COVID-19 zijn praktijk enkel blijven voeren op voorwaarde dat:
- hij beschikt over een testcertificaat of een herstelcertificaat;
- hij de nodige beschermende maatregelen neemt waaronder minstens worden begrepen het dragen van een (mond)masker en andere hygiënische maatregelen in overeenstemming met de geldende richtlijnen zoals bepaald door de bevoegde overheden.


Wat gebeurt er wanneer er niet aan deze voorwaarden wordt voldaan?


5.1. De werkgever zal aangepast werk moeten zoeken voor zijn werknemer. Aangepast werk is werk waarvoor voor de uitoefening ervan geen visum of registratie bij de FOD Volksgezondheid vereist is.

5.2. Als aangepast werk niet mogelijk is, wordt de arbeidsovereenkomst geschorst. Deze schorsing wordt gelijkgesteld met een schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht. De verplichtingen van de partijen worden dus opgeschort.

Deze schorsing is voorzien tot 31 maart 2022 maar kan met zes weken worden verlengd als de werknemer vóór die datum een eerste vaccinatiedosis tegen het coronavirus liet toedienen.

Tijdens deze schorsing van de arbeidsovereenkomst zal de werknemer aanspraak kunnen maken op uitkeringen als tijdelijke werkloze als hij voldoet aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden, met dien verstande dat hij niet kan worden beschouwd als werkloos wegens omstandigheden afhankelijk van zijn wil. Deze bepaling heeft als doel de werknemer te beschermen door hem toegang te geven tot vervangingsuitkeringen, en wordt gerechtvaardigd doordat gezondheidszorgbeoefenaars zich in een speciale situatie bevinden aangezien ze aan bijzondere verplichtingen onderworpen zijn om aan het werk te kunnen blijven.

5.3. Vanaf 1 april 2022, als de werknemer zijn functie niet meer mag uitoefenen omdat hij niet voldoet aan de bovengenoemde voorwaarden, wordt de arbeidsovereenkomst van rechtswege beëindigd, zonder opzeggingstermijn en zonder opzeggingsvergoeding. Daartoe deelt de werkgever de werknemer minstens 10 dagen op voorhand mee dat zijn arbeidsovereenkomst wordt beëindigd.

In dat geval zal de werknemer niet worden beschouwd als werkloos wegens omstandigheden afhankelijk van zijn wil en zal hij dus recht hebben op volledige werkloosheidsuitkeringen zonder sanctie, als hij voldoet aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden. Deze bepaling is bedoeld om de partijen rechtszekerheid te bieden en om de werknemer te beschermen door hem toegang te geven tot vervangingsuitkeringen.

5.4. Als de werknemer dat wenst, kan hij zich verzetten tegen de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst op voorwaarde dat hij zijn werkgever hier vóór 1 april 2022 schriftelijk van op de hoogte brengt. In dat geval blijft de arbeidsovereenkomst zonder tijdslimiet geschorst, maar de werknemer kan de arbeidsovereenkomst nog altijd beëindigen zonder opzeggingstermijn en zonder opzeggingsvergoeding. Hij wordt dan beschouwd als werkloos wegens omstandigheden afhankelijk van zijn wil en kan dus door de RVA worden gesanctioneerd conform artikelen 52 tot 54 van het koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering.

5.5. De datum van 1 april 2022 wordt automatisch met zes weken verlengd als de werknemer zich vóór deze datum een eerste vaccinatiedosis liet toedienen.
De schorsing van zijn arbeidsovereenkomst loopt automatisch af zodra de werknemer zijn functie weer kan uitoefenen, bijvoorbeeld na vaccinatie.

6. Het toezicht op de verplichting tot vaccinatie gebeurt door de directeur-generaal van de FOD Volksgezondheid.

Als de directeur-generaal vaststelt dat een gezondheidszorgbeoefenaar die over een visum beschikt, zich niet liet vaccineren tegen COVID-19 of zich geen herhalingsdosis liet toedienen, dan stuurt hij onverwijld via aangetekend schrijven een waarschuwing waarin hij de gezondheidszorgbeoefenaar meedeelt:
1° dat hij moet beschikken over een vaccinatie tegen COVID-19 of een herhalingsdosis moet hebben gekregen om zijn visum of registratie te behouden;
2° dat werd vastgesteld dat de gezondheidszorgbeoefenaar niet aan deze verplichting voldoet en bijgevolg het visum of registratie dreigt te verliezen;
3° dat de gezondheidszorgbeoefenaar zijn gemotiveerde opmerkingen aan de directeur-generaal kan bezorgen binnen een termijn van 14 dagen na verzending van het aangetekend schrijven.

Na ontvangst van de eventuele opmerkingen van de betrokken gezondheidszorgbeoefenaar en uiterlijk binnen 14 dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in 3°, neemt de directeur-generaal een gemotiveerde beslissing omtrent de schorsing van het visum of de registratie. Deze beslissing wordt onverwijld aan de betrokken beroepsbeoefenaar toegestuurd via aangetekend schrijven en gaat in op de dag na verzending van het aangetekend schrijven.

De directeur-generaal beëindigt de schorsing van het visum of de registratie zodra hij vaststelt dat de gezondheidszorgbeoefenaar beschikt over een vaccinatie tegen COVID-19 of een herhalingsdosis liet toedienen. De betrokken gezondheidszorgbeoefenaar wordt onverwijld via aangetekend schrijven op de hoogte gebracht van de beëindiging van de schorsing die ingaat op de datum van de voornoemde vaststelling door de directeur-generaal.

In voorkomend geval kan het aangetekend schrijven telkens worden vervangen door een bericht via de e-box als de betrokken gezondheidszorgbeoefenaar zijn e-box heeft geactiveerd.

Gelijkaardige maatregelen zijn voorzien wanneer de gezondheidszorgbeoefenaar tewerkgesteld is op grond van een samenwerkingsovereenkomst als zelfstandige. Er kan dan een overbruggingsrecht van toepassing zijn ter vervanging van de werkloosheidsuitkering.

De directeur-generaal brengt de werkgever van de gezondheidszorgbeoefenaar op de hoogte van de schorsing van een visum of registratie, evenals van de beëindiging van de schorsing.

7. De FOD Volksgezondheid maakt hieromtrent een omzendbrief op.

De sanctieregeling is niet bedoeld voor statutairen. De Federatie heeft het kabinet van minister Vandenbroucke hierover aangeschreven. Er werd verwezen naar de omzendbrief.

Zoals de Federatie al opmerkte in haar reactie van november, zijn de ‘niet-zorgmedewerkers’ hier niet bij betrokken. Een ordonnantie voor het personeel dat onder gewestelijke bevoegdheid valt, is momenteel in voorbereiding. Tijdens het overleg met het kabinet van minister Alain Maron heeft de Federatie er op gewestelijk niveau op aangedrongen dat deze ordonnantie nauw zou aansluiten op de federale regeling. Anders zou dit problemen geven qua begrip, billijkheid en legitimiteit. Het zou de deur openzetten voor beroep. De gewesten willen een harmonisering.

De Federatie van OCMW’s als voorstander van verplichte vaccinatie: pleidooi


8. De Federatie steunt het initiatief, hoewel het nog voor verbetering vatbaar is, vooral wat het toepassingsgebied betreft.

Tijdens de eerste golf waren twee derde van de overlijdens rusthuisbewoners. Dit drama mag nooit vergeten worden en vraagt om voorzorgsmaatregelen voor de toekomst. Op basis van de huidige wetenschappelijke kennis blijkt vaccinatie in combinatie met beschermingsmaatregelen absoluut noodzakelijk om aan die voorzorgsplicht te voldoen. In rusthuizen geldt misschien nog meer dan elders: “Mijn gezondheid en mijn verantwoordelijkheidszin zijn uw veiligheid.”

In een rusthuis vind je niet alleen bewoners, maar ook personeel en familieleden die op bezoek komen.

Voor familieleden is sinds 1 november 2021 het CST verplicht. Het CST is in feite een vorm van verplichte vaccinatie. Niemand zal zich opzettelijk besmetten met corona om een CST te krijgen. Testen kost handenvol geld en is dus geen duurzame oplossing voor familieleden die regelmatig op bezoek komen in het rusthuis. Nog vóór de zorgverleners zijn zij dus onderworpen aan een soort van verplichte vaccinatie.

Onder de bewoners is er een vaccinatiegraad van meer dan 90%. Een debat over de verplichte vaccinatie van rusthuisbewoners, tenzij in geval van medische contra-indicatie, kan zich echter opdringen. Een bewoner die naar buiten gaat of terugkeert naar zijn familie, kan immers besmet terugkomen.
  • Volgens Sciensano blijven de cijfers omtrent de overlijdens in rusthuizen momenteel beperkt. Van 15 februari tot 14 november zijn in de Brusselse rusthuizen 71 bewoners bezweken aan het coronavirus. Dat is 10,5% van de 675 overleden bewoners van Belgische rusthuizen.
  • Ter indicatie, in Frankrijk is het zorgpersoneel sinds september verplicht om zich te laten vaccineren. Op 13 november 2021 hadden 92,2% van de medewerkers in EHPAD’s en USLD’s, 96,8% van de vrije zorgverleners en 92,2% van de medewerkers van zorginstellingen minstens één dosis gekregen. Er is niets bekend over eventuele problemen met de werking van de EHPAD’s na deze verplichte vaccinatie.
(nvdr: EHPAD: een zorginstelling voor afhankelijke ouderen; USLD: een structuur voor langdurige zorg)
  • In Italië werd de verplichte vaccinatie voor zorgpersoneel bij decreet goedgekeurd op 1 april 2021. Volgens een betrouwbare bron bedroeg de vaccinatiegraad in juli 98%. Net als in Frankrijk heeft dit geen grote impact gehad op het Italiaanse gezondheidszorgsysteem.


« Terug

Auteur

Jean-Marc ROMBEAUX
Publicatiedatum
23-11-2021
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links