De Brusselse OCMW's roepen op tot snelle vaccinatie van het rusthuispersoneel

Zij staan achter het principe van het CST, maar hebben bedenkingen bij de toepassing ervan in de rusthuizen

Het Overlegcomité is op 20 augustus akkoord gegaan met het principe van de verplichte vaccinatie van zorgverleners. Het comité komt op 17 september opnieuw samen.

1. Gedurende de twee vakantiemaanden is de vaccinatiegraad (met één dosis) van gezondheidswerkers in Brussel met 3% gestegen tot 70,6% op 30 augustus. Een afvlakking van de cijfers is duidelijk merkbaar. Slechts 56,8% van de gezondheidswerkers is volledig gevaccineerd. Toch bestaat meer dan de helft van het zorgpersoneel in rusthuizen uit zorgkundigen.

Er is een reële vrees voor een vierde golf in de herfst. De deltavariant is nu verantwoordelijk voor (zo goed als) alle nieuwe besmettingen in België (99,4%). Uit een studie van « The Lancet » blijkt dat patiënten die besmet zijn met de deltavariant een aanzienlijk verhoogd risico hebben op ziekenhuisopname en vaker intensieve verzorging nodig hebben. Het virus zal meer de ronde doen nu de vakantie afgelopen is, de scholen herbegonnen zijn, en mensen meer binnen zitten omdat het buiten kouder wordt.

Van de gezondheidswerkers die in het ziekenhuis worden opgenomen, was 97,9% niet gevaccineerd. Dit cijfer toont bovenal aan dat gezondheidswerkers zich eerst en vooral moeten laten vaccineren om zichzelf te beschermen.

De Federatie van Brusselse OCMW’s roept op tot een onmiddellijke en doortastende concrete invulling van de vaccinatieplicht bij zorgverleners. Rekening houdend met het sterftecijfer tijdens de vorige golven zou het in strijd zijn met het voorzorgsbeginsel en moreel onaanvaardbaar zijn indien het effect van de verplichte vaccinatie zich pas op het eind van het jaar of na een nieuwe besmettingspiek zou laten voelen.

De Federatie pleit voor verplichte vaccinatie van alle mensen die in woonzorgcentra/rust- en verzorgingstehuizen of centra voor dagverzorging werken. Dit geldt voor zorgend en niet-zorgend personeel, voor contractueel en statutair personeel, en voor externe dienstverleners (kappers, pedicures, kinesisten, enz.). Een gelijkaardige maatregel zou ook moeten gelden voor gezondheidswerkers en sociaal werkers die mensen thuis begeleiden of verzorgen.

Een regel waar geen sanctie aan vasthangt, heeft weinig zin en is moeilijk te handhaven. Daarnaast heeft het personeel tijdens de crisis erg moeilijke momenten doorgemaakt.

De Federatie dringt aan op duidelijke en uitvoerbare instructies voor de toepassing van de vaccinatieverplichting. Een overgangsregeling voor het huidige personeel is noodzakelijk voor de aanvaardbaarheid, geloofwaardigheid en doeltreffendheid van de maatregel.

2. Het overlegcomité van 20 augustus vond ook dat “de ministers van Volksgezondheid moet worden gevraagd om onverwijld de vaccinatiepercentages van de zorgverleners per zorginstelling bekend te maken”.

Gezien de GDPR kan een beheerder van een rusthuis niet van een personeelslid verlangen dat hij/zij komt melden of hij/zij al dan niet gevaccineerd is. In het begin van de vaccinatiecampagne, toen de vaccins thuis werden toegediend, had men nog een zeker zicht op wie van het personeel gevaccineerd was. Door het personeelsverloop en het feit dat vaccins nu in vaccinatiecentra worden toegediend, heeft men hier nu veel minder zicht op. Een beheerder van een rusthuis heeft geen precies idee meer wie van zijn personeel al dan niet beschermd is door het vaccin.

Bij een verplichte publicatie van de vaccinatiegraad van de werknemers bestaat het risico dat tehuizen waar het personeel "onwillig" is, gestigmatiseerd worden zonder dat de beheerders de mogelijkheid krijgen om de situatie te verbeteren. Een dergelijke publicatie dreigt de bezetting van tehuizen die tijdens de crisis zwaar getroffen werden, nog meer te ondermijnen. Dit zou voor hen een soort van dubbele bestraffing zijn.

De Federatie van Brusselse OCMW's is het definitief oneens met de verplichte publicatie van de vaccinatiegraad van het personeel per WZC/rusthuis.

3. Op 9 september werd een akkoord bereikt over de uitgebreide toepassing van het CST in Brussel. Het betrof onder andere: « bezoekers van residentiële zorginstellingen voor kwetsbare personen, vanaf de leeftijd van 12 jaar».

De Federatie van OCMW's staat in het algemeen achter het principe van het CST in de huidige epidemiologische context, maar heeft bedenkingen bij de toepassing van dit instrument in rusthuizen.

Het lijkt moeilijk om van bezoekers een gezondheidspas te eisen als het personeel niet gevaccineerd is en zij geen CST moeten voorleggen. Bovendien zou het verplicht maken van een dergelijke pas voor sommige bewoners zeer schadelijke gevolgen kunnen hebben omdat sociale banden en familiebanden verbroken zouden worden.

Waar slaat de notie "bezoeker" precies op? Als het de bedoeling is om de volksgezondheid te beschermen, kan dit niet enkel op familieleden van toepassing zijn. Het moet in dat geval in ruime zin worden opgevat. Tenzij vergissing blijven de coronamaatregelen (afstand houden, dragen mondmasker, handen ontsmetten) van kracht in rust- en zorgtehuizen. Het zou dan moeilijker worden deze maatregels af te dwingen bij houders van een gezondheidspas.

Wat de personele middelen in de rusthuizen betreft, betekent het feit dat er een CST moet worden voorgelegd tijdens de bezoekuren ook dat er een « bewaker » aanwezig moet zijn om dit te controleren. Dit is een profiel dat niet bestaat bij het personeel van deze rusthuizen. Het vereist fysieke en interpersoonlijke vaardigheden in geval van conflicten. Dit zou onvermijdelijk kosten met zich meebrengen.

Tijdens een overlegvergadering heeft Iriscare aangevoerd dat OCMW's artikel 60-werknemers voor deze functie zouden kunnen inzetten. Deze optie impliceert dat er in zeker zin "afgeweken" wordt van de filosofie van artikel 60, dat een mechanisme voor socio-professionele inschakeling is. Bovendien beschikken de meeste artikel 60-werknemers niet over de fysieke capaciteiten en de intermenselijke vaardigheden om een controlefunctie te vervullen zonder voorafgaande opleiding. In ieder geval weigert de Federatie van Brusselse OCMW’s om de controle van het CST van bezoekers toe te vertrouwen aan artikel 60-werknemers.

Indien een bezoeker zich niet « voor zichzelf » wenst te laten vaccineren, dient hij dit te doen ter bescherming van zijn ouder of naaste die in een dergelijk tehuis woont. De Federatie van Brusselse OCMW's is van mening dat een boodschap van de bevoegde overheden hierover welkom zou zijn.

4. De beslissingen van het Overlegcomité worden genomen door de federale en gewestelijke overheden. Het is dus ook aan hen om de gevolgen van deze beslissingen te financieren.

Deze verschillende standpunten werden meegedeeld in een schrijven dat in de eerste plaats gericht was aan de Heer Maron, Brussels minister van Volksgezondheid.

« Terug

Auteur

Jean-Marc Rombeaux
Publicatiedatum
15-09-2021
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links