Brulocalis heeft zich tot de gouverneur van de Nationale Bank gewend met de vraag om de gemeenten op de lijst van de Europese Bankautoriteit te laten plaatsen.

Andere prudentiële bankregels voor de lokale overheid

Banken, die o.a. geld lenen aan lokale besturen, moeten voldoen aan heel wat regelgeving. Eén daarvan is de Europese Verordening betreffende de prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, die de kapitaalvereisten voor banken vastlegt.

Wanneer een overheid geld leent moet er doorgaans minder kapitaal voorzien worden. Het risico op wanbetaling is immers kleiner dan wanneer men leent aan bijvoorbeeld een onderneming.

Centrale overheden, zoals de Belgische federale overheid, krijgen hierbij een voorkeursbehandeling. Het gehanteerde risicogewicht van een lening aan een centrale overheid bedraagt 0%.

Met andere woorden, banken hoeven geen kapitaal aan te houden om deze leningen te dekken.

Wanneer een lokaal bestuur geld leent, wordt doorgaans een risicogewicht van 20% gehanteerd indien de kredietinstelling geen door de Nationale Bank[1] goedgekeurde interneratingbenadering hanteert. Een bank moet dus wel kapitaal aanhouden wanneer ze geld leent aan een gemeente dan wanneer ze geld leent aan een centrale overheid.

Dit risicogewicht heeft tot gevolg dat de marge op deze lening duurder wordt en de gemeente dus minder gunstige voorwaarden krijgt.

Het is evenwel perfect mogelijk dat gemeenten op dezelfde manier behandeld worden en dezelfde kapitaalsvereisten zouden kunnen krijgen als wanneer centrale overheden geld lenen.

De Europese verordening stelt hiervoor twee voorwaarden:

  1. Er zou geen verschil in risico mogen zijn. Regionale en lokale overheden zijn namelijk bevoegd om inkomsten te genereren;
     
  2. Er bestaan specifieke institutionele regels die het tekort aan kredietwaardigheid van deze overheden beperken.

Indien aan beide bovenstaande voorwaarden voldaan is, kan een gemeente aan dezelfde voorwaarden lenen als de centrale overheid.

In België bepaalt de Nationale Bank van België voor welke regionale en lokale overheden dat het geval is teneinde ze te kunnen opnemen op de EBA-lijst.

Brulocalis en haar zusterverenigingen hebben de Nationale Bank van België schriftelijk verzocht om de Brusselse gemeenten op gelijke voet te behandelen als de centrale overheden. Ze hebben gepleit voor hun opname op deze lijst, zoals dat al het geval is voor lokale entiteiten in andere Europese landen.

Voor Brulocalis vervullen de gemeenten de voorwaarden:

  • Ze zijn fiscaal autonoom (artikel 170, § 4, van de Grondwet).
  • Artikel 252 NGW. Betreft het begrotingsevenwicht en het toezicht door het Gewest. Beperkt het risico op wanbetaling.
  • Met 71,4% in 2024 hebben de Brusselse gemeenten hun schuldenlast grotendeels onder controle.
  • De lokale besturen spelen een stuwende rol op het vlak van investeringen.

In een steeds moeilijker wordende budgettaire situatie betekent kostenbesparing extra ruimte om te investeren.

Door op deze EBA-lijst te staan, zouden de gemeenten goedkoper kunnen lenen. Waardoor ze extra middelen kunnen vrijmaken voor beleid.

Hierdoor wordt ook de impact van de verlaging van de rating van het Gewest, die doorwerkt in de leningskosten van de lokale besturen bij de ad hoc gewestelijke instrumenten (BGHGT, Brinfin).


[1] Ofwel moeten banken voldoende kapitaal opzij zetten om verliezen en schokken te kunnen opvangen (wat de veerkracht van de banksector versterkt).

Documenten