De POD MI heeft onlangs de bedragen voor 2025 van het Gas- en elektriciteitsfonds bekendgemaakt. Deze bedragen liggen een stuk lager dan de voorbije jaren, wat de OCMW's en hun energiediensten zorgen baart.

Het Gas- en elektriciteitsfonds is een federaal fonds dat in het leven is geroepen op 4 september 2002 met de wet die de OCMW's de taak toekent om de meest behoeftigen op het vlak van energievoorziening begeleiding en financiële bijstand te verlenen.

Deze wet regelt in twee belangrijke artikelen de verdeelsleutel van de bedragen die aan de OCMW's worden toegekend:

Artikel 4: Dit artikel dient ter financiering van personeel.

Artikel 6: Dit artikel dient ter financiering van de betaling van de energiefactuur en maatregelen in het kader van een preventief sociaal energiebeleid.

Het Gas- en elektriciteitsfonds heeft de voorbije jaren jaarlijks extra middelen ontvangen voor de aanpak van verschillende crises (coronacrisis, energiecrisis):

2022: 16 miljoen extra

2023: 37 miljoen extra

2024: 20 miljoen extra

Deze bedragen waren voor de drie jaren over het algemeen voldoende voor de Brusselse OCMW's. Ze konden hiermee verder.

Maar binnen de Brusselse OCMW's rezen evenwel een aantal vragen over de bedragen voor 2025. Deze bezorgdheid bleek onlangs gegrond toen de POD MI de bedragen voor 2025 bekendmaakte.

Hoewel minder wel verwacht was, bedraagt het verlies voor de Brusselse OCMW's bijna 6 miljoen euro ten opzichte van 2024.

Dit betekent een ernstige rem op het beleid ter ondersteuning van mensen in energiearmoede en op het sociale beleid van de OCMW's.

De Federatie pleit om verschillende redenen voor een structurele herfinanciering van het Gas- en elektriciteitsfonds vanaf 2026:

  • Tijdens de verschillende crises zijn nieuwe mensen bij het OCMW komen aankloppen. Ook al is het ergste achter de rug, blijven er nog steeds mensen van toen over de vloer komen in het OCMW.
     
  • De marktprijzen blijven hoog. De gevolgen van de energiecrisis zijn namelijk nog steeds voelbaar en de prijzen zijn nog niet terug op het niveau van vóór de crisis. Volgens het prijzenobservatorium van Brugel bedroegen de gemiddelde jaarlijkse kosten voor een gemiddelde klant in Brussel:
     
    • Elektriciteit: 570 € in juni 2021 tegenover 847 € in juni 2025. Dat is een stijging van 277 € /jaar/gemiddelde klant.
    • Gas: € 768 in juni 2021 tegenover € 1.145 in juni 2025. Dat is een stijging van € 377 per jaar voor de gemiddelde klant.

In totaal komt dit neer op een stijging van € 654 per jaar per gemiddelde klant in Brussel.

  • Sinds begin 2025 zijn bepaalde fondsen waarover men tijdens crisisperiodes kon beschikken, niet meer beschikbaar voor de Brusselse OCMW's. Het gaat met name om het GGC-fonds (gewestelijk) en de REMI-subsidie (federaal), twee belangrijke hefbomen waarmee de Brusselse OCMW's een deel van de energiehulp konden financieren.
     
  • Met de nieuwe hervorming van de werkloosheid in 2026 in het vooruitzicht, wordt ook de schuldenlast van heel wat gezinnen nog zwaarder. Zij dreigen ook een beroep te doen op de OCMW's om hun rekeningen te betalen, waaronder die voor energie.

Om al deze redenen vraagt de Federatie van Brusselse OCMW's een structurele herfinanciering van het Gas- en elektriciteitsfonds. Zo kan men de gezinnen die in moeilijkheden verkeren, blijvend ondersteunen. Bij deze herfinanciering moet rekening worden gehouden met personeelsfinanciering (artikel 4) en met het deel dat is gereserveerd voor het vereffenen van rekeningen en preventief beleid (artikel 6), wat een onmisbaar middel is om mensen in energiearmoede te helpen.


Zie ook

Gas- en Elektriciteitsfonds (Sociaal Energiefonds)