Met dit persbericht vragen de Verenigingen van steden en gemeenten voor de gemeentelijke internationale samenwerking dat het financieringssaldo 2013 gewaarborgd zou worden, dat de federale regering haar standpunt bekendmaakt betreffende een eventuele regionalisering, dat de Belgische Ontwikkelingssamenwerking zich ertoe verbindt de financiering op meerjarenbasis te vrijwaren als de bevoegdheid federaal blijft en tot slot dat er - als de regionalisering doorgevoerd wordt - een geleidelijke phasing-out gepland zou worden met oog voor de eigenheid van de lokale besturen.
Gemeentelijke samenwerking, waarom?
Sinds meer dan 10 jaar wordt het Programma voor Gemeentelijke Internationale Samenwerking (GIS), instrument van Belgische Ontwikkelingssamenwerking, met vereende krachten én met zichtbare resultaten gestuurd door de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (VSGB), de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en de Union des Villes et Communes de Wallonie (UVCW).
Het doel van deze gemeenschappelijke actie is de versterking van de gemeentelijke instellingen in het Zuiden, om de strijd aan te binden tegen armoede, waarbij één van de problemen nog steeds een ongelijke toegang van de bevolking is tot overheidsdiensten en -goederen, in het bijzonder de lokale. Het programma GIS verruimt de capaciteiten van de gemeenten uit het Zuiden om hun eigen lokale ontwikkeling in handen te nemen via:
- goed politiek bestuur
- doeltreffende administratie
- deelname van de burgers aan het beslissingsproces
Unaniem erkende actie
De rol van de lokale overheden als actoren in ontwikkeling is inmiddels erkend door alle internationale instanties, zoals we overigens hebben kunnen vaststellen bij de ‘Assisen van de gedecentraliseerde samenwerking’ die georganiseerd werden door het Comité van de Regio’s en de Europese Commissie.
En de Belgische gemeenten? Met hun ervaring in lokaal bestuur spelen zij enthousiast hun partituur in het wereldconcert: 50 gemeenten, goed voor nagenoeg 10 % van de Belgische gemeenten (zie kader), nemen momenteel deel aan het programma GIS en behalen veelbelovende resultaten, zoals een recente externe evaluatie aangetoond heeft.
En toch …
Begin 2012 vernamen onze Verenigingen echter tot hun ontsteltenis dat de gemeentelijke internationale samenwerking deel uitmaakte van de bevoegdheden die de federale regering naar de Gewesten en de Gemeenschappen wou overhevelen. Die stempel van “usurperende” bevoegdheid verraste ons, enerzijds omdat de laatste staatshervorming helemaal niet vermeldt dat de ontwikkelingssamenwerking overgeheveld zou worden, en anderzijds omdat andere actoren uit de ontwikkelingssector, wiens activiteiten evenwel betrekking hebben op de bevoegdheden van de deelentiteiten, niet beoogd worden.
Bijna anderhalf jaar later stellen wij vast dat de onderhandelingen tussen federale en deelregeringen in het slop zitten, met als rechtstreeks gevolg dat de uitvoering van het programma GIS complexer en trager wordt, wat in het nadeel speelt van de gemeenten uit het Zuiden en hun bevolking. En aangezien het hier gaat om samenwerking die streeft naar duurzame veranderingen, die na pas na jaren volop effect teweegbrengen op het lokaal openbaar beheer, is het risico om de resultaten teniet te doen en dus nutteloze inspanningen geleverd te hebben, reëel.
… komen dreigende wolken aanzetten
Aangezien de fase 2009-2012 van het Programma GIS officieel ten einde liep op 31 december 2012, kon de federale administratie, op aandringen van de Verenigingen, niets beter doen dan in te stemmen met een verlenging van het gebruik van de niet-gebruikte fondsen 2009-2012, eerst tot 31 maart 2013, nadien tot 30 juni 2013. Dat is regelrecht in strijd met het principe van voorspelbaarheid van de bijstand, dat België in internationale kringen voorstaat, terwijl onze initiatieven in het kader van de ontwikkelingssamenwerking niet meer gaan over enkele jaren, maar slechts enkele weken!
En het is niet de beslissing om een beperkt deel van het budget van het actieplan 2013 die in alle dringendheid door de Ministerraad van 3 mei genomen werd, die de situatie fundamenteel zal ombuigen.
Een halve beslissing lost niets op
Een late beslissing, terwijl het jaar 2013 al volop aan de gang is, en het gebrek aan duidelijk standpunt betreffende de toekomst van het Programma – de Belgische Ontwikkelingssamenwerking heeft nog steeds geen advies gegeven over het document met strategische oriëntaties 2014-2019 – brengen de voortzetting van de samenwerking in het gedrang.
Hoe moeten we immers de beslissing interpreteren om slechts een beperkt deel van het budget vrij te maken, als het ware een scenario van engagementsverbreking zonder verwittiging van de federale regering zonder waarborg op overname, al was het maar geleidelijk, door de Gewesten?
Welk imago creëert België hier op het vlak van goed bestuur, een beeld dat het zelf voorstaat via dit programma ten aanzien van de landen waarvan ze partner is?
Drie verenigingen van gemeenten, vier gemeenschappelijke eisen
Wij dringen dus aan op het volgende:
- dat het financieringssaldo 2013 gewaarborgd zou worden om de samenwerkingsverbanden een correcte voortzetting van hun activiteiten te waarborgen, ongeacht of het Programma al dan niet naar de deelstaten overgeheveld wordt.
- dat de federale regering zo snel mogelijk haar standpunt bekend zou maken betreffende een eventuele overheveling van de gemeentelijke samenwerking, om alle partijen de mogelijkheid te geven zich te organiseren en de Belgische steden en gemeenten – inmiddels erkend als volwaardige actoren in internationale samenwerking – een stabiel samenwerkingskader te waarborgen.
- Als de bevoegdheid federaal blijft, dat de Belgische Ontwikkelingssamenwerking zich er duidelijk toe verbindt de financiering van het Programma te behouden.
- als de bevoegdheid geregionaliseerd wordt, een geleidelijke phasing-out te plannen met aandacht voor de lokale besturen, als scharnieren van decentralisering, en dat de deelstaten zich ertoe verbinden - met het oog op coherent beheer van het overheidsgeld - :
Een scenario van phasing-out gebaseerd op een brutale degressiviteit (bv. 67 % van het budget in 2013, 33 % in 2014 en 0 % in 2015 zoals vermeld) is verre van redelijk te noemen ten aanzien van de gemeentelijke partners zolang de onderhandelingen met de deelentiteiten niet afgerond zijn.
- enerzijds dit initiatief voort te zetten en te consolideren, want het heeft reeds vruchten afgeworpen; de Gewesten kunnen het belang ervan immers niet ontkennen, aangezien deze goed draaiende samenwerking door hun lokale overheden aangedreven wordt;
- en anderzijds een correcte financiering te waarborgen, met behoud van de originele werkmethode die ontwikkeld werd door de Verenigingen van Steden en Gemeenten en waar de gemeentelijke actoren volop achter staan.
Meer info
Download de pdf van het persbericht (met bijlage) "Gemeentelijke internationale samenwerking onrechtstreeks slachtoffer van typisch Belgische gekrakeel?"