Een nieuw koninklijk besluit verduidelijkt de huisvestingsvoorwaarden waaronder gezinshereniging kan worden toegestaan. Als uitgangspunt voor de definitie van voldoende huisvesting wordt niet langer verwezen naar de elementaire voorschriften op het vlak van veiligheid, gezondheid en uitrusting van de Brusselse huisvestingscode. Onze Vereniging vroeg die wijziging sinds juli 2007.
De nieuwe regels
Voldoende huisvesting, in de zin van artikelen 10 en 10bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, is huisvesting voor de vreemdeling en de leden van zijn gezin die hem wensen te vervoegen die voldoet aan elementaire voorschriften op het vlak van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid in de zin van artikel 2 van de wet van 20 februari 1991 houdende wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake huishuur.
Om te bewijzen dat hij beschikt over voldoende huisvesting, legt de vreemdeling het bewijs voor van een geregistreerd huurcontract voor de woonst die dienst doet als hoofdverblijfplaats of het bewijs van de eigendomstitel van de woning die hij betrekt.
Dit bewijs wordt geweigerd als de woning ongezond is verklaard door een bevoegde overheid, d.w.z. de burgemeester of de directie van de gewestelijke wooninspectie.
Context
Sinds 1 juni 2007 verplicht de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen dat de vreemdeling die vervoegd wordt, beschikt over “voldoende huisvesting” om de leden van zijn gezin op te vangen.
Artikel 9 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen bepaalde dat de huisvesting voldoende werd geacht op basis van een door het gemeentebestuur afgeleverd attest. Uit dat attest moest blijken dat de betrokken woning voldeed aan de eisen inzake veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid in het desbetreffende gewest, d.w.z. de huisvestingscode.
Op 26 februari 2010 annuleerde de Raad van State dit artikel. Het administratieve rechtscollege stelde dat door de gezinshereniging te koppelen aan de onvoorwaardelijke naleving van de gewestelijke woonkwaliteitsnormen, het koninklijk besluit de notie van voldoende huisvesting in de zin van artikelen 10 en 10bis van de wet van 15 december 1980 verdraaide.
Deze wet en de huisvestingscode streven immers verschillende doelstellingen na. Volgens de parlementaire werkzaamheden van de wet van 15 september 2006 beoogt de voorwaarde van voldoende huisvesting een controle op de naleving van elementaire normen inzake gezondheid, veiligheid en de strijd tegen huisjesmelkers, terwijl de huisvestingcode een aantal precieze technische voorschriften bevat waaraan huurwoningen moeten voldoen.
Het koninklijk besluit van 8 juli 1997 bepaalt daarentegen de elementaire bewoonbaarheideisen en sluit dus meer aan bij de wensen van de wetgever op het vlak van gezinshereniging.
Voor de Brusselse gemeenten was er nog een bijkomend probleem. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de directie van de gewestelijke wooninspectie verantwoordelijk om controles op de huisvestingscode uit te voeren. Gemeenten zijn daar niet toe gemachtigd en beschikken bijgevolg over onvoldoende instrumenten om dit soort controle uit te voeren.
Om het probleem tijdelijk op te lossen had de regering een juridisch imbroglio gecreëerd door op de website van Dienst Vreemdelingenzaken instructies te publiceren die de burgemeesters aansporen het besluit niet toe te passen dat de regering zelf had aangenomen in afwachting van een wetswijziging.
In de achteruitkijkspiegel
- Sinds 1 juni 2007 (Inforum 213127) verplicht de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen dat de vreemdeling over voldoende huisvesting beschikt om zijn familieleden op te vangen.
- Op 25 juli 2007 schreef de Vereniging naar de minister van Binnenlandse Zaken om te reageren op de nieuwe verplichtingen voor de gemeenten inzake huisvesting in het kader van de hervorming van de gezinshereniging.
- Artikel 9 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Inforum 219338) stipuleerde dat de huisvesting toereikend is als de betrokkene een door de gemeentelijke overheid afgeleverd attest kan voorleggen waaruit blijkt dat de woning voldoet aan de vereisten inzake veiligheid, gezondheid en woonkwaliteit die in het betrokken gewest gelden, d.w.z. de huisvestingscode.
- De Vereniging had erop gewezen dat de verwijzing naar de huisvestingscode niet strookte met het door de federale wetgever vooropgestelde doel inzake gezinshereniging. Daarom pleitte zij voor een snelle wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 2007.
- Met het arrest van 26 februari 2010 vernietigt de Raad van State artikel 9 van het koninklijk besluit van 27 april 2007. De burgemeester moet geen attest van voldoende huisvesting meer afgeven.
- Dan moest de wetgever het begrip "voldoende huisvesting" nog opnieuw definiëren, wat gebeurde in het koninklijk besluit van 26 augustus 2010.
Wettelijke basis
Koninklijk besluit van 26 augustus 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (B.S. 28 september 2010, inforum 250153)
Zie ook