Roerende voorheffing op de inkomsten uit de verhuur van plaatsen voor de installatie van gsm-masten: eindelijk goed nieuws voor de gemeenten! Onlangs vernietigde het Grondwettelijk Hof in arrest nr. 93/2014 artikel 5, 7 en 39, 3e lid, van de wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen.

Want door de inkomsten uit concessies voor de plaatsing van gsm-masten, naast de inkomsten uit concessies voor plakbrieven (reclamepanelen) en andere reclamedragers, aan te merken als diverse inkomsten in de zin van artikel 90, 5°, van het WIB 1992, heeft de federale wetgever een maatregel genomen waardoor bepaalde inkomsten niet langer als inkomsten uit onroerende goederen in de zin van artikel 7 van het WIB 1992 beschouwd worden.

Aldus heeft hij weliswaar niet geraakt aan het kadastraal inkomen als heffingsgrondslag voor de onroerende voorheffing, maar heeft hij een onderdeel van de belastbare materie zelf, zijnde de inkomsten uit in België gelegen onroerende goederen, gewijzigd en onttrokken aan de belastbare materie van de onroerende voorheffing, die bij de Bijzondere Financieringswet aan de gewesten toegewezen is.

Een dergelijke wijziging zou de federale wetgever enkel kunnen doorvoeren met de in artikel 4, laatste lid, van de Grondwet bepaalde bijzondere meerderheid. Die bijzondere meerderheidsvoorwaarde maakt noodzakelijk deel uit van het systeem tot bepaling van bevoegdheden.

Op grond van artikel 1, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989, vermag het Hof kennis te nemen van een schending van de bijzondere meerderheidsvoorwaarden vereist door de Grondwet.

De artikelen 5 en 7 van de wet van 13 december 2012 schenden artikel 177 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 3, eerste lid, 5°, van de Bijzondere Financieringswet.

Het Grondwettelijk Hof heeft de gevolgen van de vernietigde bepalingen echter gehandhaafd voor de inkomsten van de jaren 2012 en 2013.
 

Mening van Brulocalis

Brulocalis is verheugd over dit geweldige nieuws voor de gemeentefinanciën en zal zeer aandachtig blijven voor de benaming van de inkomsten van de gemeenten.

Want de federale staat is duidelijk van plan om diverse inkomsten van de gemeenten te onderwerpen aan roerende voorheffing. Deze diverse inkomsten dragen echter bij tot de financiering van de openbare taken van de gemeenten in het voordeel van hun bevolking.

Dit federale initiatief is vooral stuitend gezien de omvang van de lasten en verplichtingen die de federale staat de gemeenten oplegt zonder enige financiële compensatie.

Meer info