De minister van Plaatselijke Besturen wil gebruikmaken van de mogelijkheid die hem geboden wordt door artikel 19, §4 van de Nieuwe Gemeentewet om de maximumbedragen van de representatiekosten voor burgemeesters en schepenen vast te stellen. Brulocalis heeft evenwel een aantal bedenkingen bij meerdere zaken in het voorontwerp van besluit.

De minister heeft Brulocalis om advies gevraagd over zijn ontwerpbesluit. Wij bezorgden hem de volgende opmerkingen:

  • Wellicht had men beter eerst met betrokkenen overlegd. Men had een bredere discussie op gang kunnen brengen, bv. over de aard van de representatiekosten die in de gemeentebegroting moeten staan. Men had ook een principiële discussie kunnen voeren over de vraag welke kosten ten laste van de gemeente zijn en welke ten laste van de uitvoerende mandatarissen. Het had zinvol geweest om de verschillende concrete scenario's met de rechtstreeks betrokkenen te bespreken, zodat iedereen de teksten op dezelfde manier zou interpreteren.
     
  • Over de vraag op wie de regeling van toepassing is, ware het ongetwijfeld interessant geweest om te bekijken of het ook van toepassing zou kunnen zijn op de OCMW-voorzitters, wat bijkomend overleg met de bevoegde minister zou hebben gevergd. Het zou goed zijn om dit mee te nemen in de volgende legislatuur.
     
  • We zien dat het ontwerpbesluit een dubbele beperking oplegt. Aan de ene kant legt het een maximumbedrag vast voor de representatiekosten en aan de andere kant beperkt het de volledige enveloppe voor de representatiekosten van burgemeesters, schepenen en gemeenteraadsleden en de zitpenningen tot maximaal 0,5% van de uitgaven van de gemeentebegroting. We hebben vragen bij de systematische samenhang van de voorziene dubbele beperking en willen graag meer klaarheid over de gebruikte methode om deze dubbele beperking vast te stellen.
     
  • Wat gebeurt er als men de bedragen overschrijdt? Wat moet het lokale niveau dan doen?
     
  • Tot slot, bij het lezen van de ordonnantie van 14 december 2017 betreffende de transparantie van de bezoldigingen en voordelen van de Brusselse openbare mandatarissen, merken we op dat de parlementaire cel transparantie een driejaarlijks verslag moet opmaken met een beoordeling van de toepassing van de ordonnantie. In voorkomend geval zal zij aanbevelingen doen. Is dit verslag bekeken geweest bij de voorbereiding van dit voorontwerp en werden de conclusies meegenomen?

Documents