Uiteenzetting van MIVB-directeur Alain Flausch op onze AV

Op 15 juni 2011 hield de Vereniging haar Algemene Vergadering, waarvan het thematisch gedeelte dit jaar gewijd was aan de betrekkingen tussen de MIVB en de gemeenten. Alain Flausch, bestuurder – directeur-generaal van de MIVB, kwam er naar de mandatarissen toe en weerlegde er de gangbare ideeën door te stellen dat het openbaar vervoer heel wat Brusselaars en niet alleen pendelaars vervoert.

De MIVB schikt zich naar de vragen van gemeenten en de financiële mogelijkheden


"De gemeenten hebben vaak de indruk, als ze de grootte van de MIVB bekijken, dat ze met een rijke instelling te maken hebben. Maar het netwerk is net door het Gewest bepaald. Iedere gemeentelijke vraag die van de vastgelegde lijnen afwijkt, moet budgettair berekend worden en dus op gewestelijk niveau behandeld worden. Als de budgettaire kwestie aan het Gewest doorgegeven wordt - de financiële moeilijkheden daar kennende – begrijpen we dat het onmogelijk is alle vragen in te willigen. Het is dus geen kwestie van slechte wil van de MIVB, maar van structurering van de procedures.

Toch zijn bepaalde aanpassingen niet onmogelijk. Zo hebben wij onlangs een initiatief genomen in samenwerking met Vorst Nationaal, om het publiek terug naar huis te brengen via ons netwerk, door de prijs van het vervoersticket in die van het spektakel op te nemen.

De andere moeilijkheid ligt in de lengte van bepaalde procedures. Bij kleine projecten kunnen we begrijpen dat die lengte het beeld van een vastgeroeste instelling kan geven."

Voorrang voor het openbaar vervoer


"Ik stel vast dat het aandeel van het openbaar vervoer in Brussel 48 % van de gemotoriseerde verplaatsingen uitmaakt, wat evenveel is als de auto. Bovendien zijn nauwelijks 20 % van de gebruikers pendelaars. De grote meerderheid van de gebruikers van de MIVB zijn dus Brusselaars. Onze lijsten abonnees tonen dat duidelijk: een zeer hoog aantal Brusselaars zijn geabonneerd op het openbaar vervoer. Die percentages variëren van de ene gemeente tot de andere, maar liggen nergens onder de 30 %. We zien dus dat - ook al zijn ze niet de hevigste verdedigers van die verplaatsingswijzen - de MIVB-gebruikers een aanzienlijk percentage van de Brusselaars uitmaken. Het heeft dus ook politiek belang om zich duidelijk voor het openbaar vervoer te engageren. Daardoor bevorderen we immers de mobiliteit van de Brusselaars."

Een echt scharniermoment in het mobiliteitsbeleid hangt samen met die bewustwording. Het Gewest heeft die stap reeds gezet, maar door hun nabijheid tot de burger zijn de gemeenten soms bang om zich in die richting te engageren. Ook hier variëren de zienswijzen van de ene gemeente tot de andere of zelfs binnen een gemeente. In dat opzicht zijn wij verheugd dat de functie mobiliteitsadviseur in het leven geroepen werd: het nut van die functie hoeft niet meer aangetoond te worden."

Gemeentelijke autonomie


Wat eigen is aan ons Gewest, is dat elke gemeente haar eigen cultuur heeft, wat onze relaties soms vergemakkelijkt maar ook net kan bemoeilijken. We bereiken degelijke resultaten en de samenwerking wordt aanzienlijk vergemakkelijkt als de bevoegdheden mobiliteit, openbare werken en ruimtelijke ordening in een gemeente aan één schepen toevertrouwd worden."


De uitdagingen van het netwerk


"Het netwerk in Brussel draaiende houden is een hele opgave door de vele smalle wegen. Die zijn aanzienlijk nauwer dan in de meeste andere Europese hoofdsteden. Het is dus veel complexer hier verschillende verplaatsingswijzen naast elkaar vlot te doen verlopen. Wegens plaatsgebrek moet vaak één verplaatsingswijze bevoorrecht worden en het lijkt evident dat het dan enkel om het openbaar vervoer kan gaan. Het programma VICOM (mbt de commerciële snelheid) heeft door eigen beddingen bij voorbeeld 70 % van het tramnet kunnen beschermen, maar nauwelijks 14 % van het busnetwerk is gescheiden van het autoverkeer. De bus is momenteel dus het arme broertje van de mobiliteit. En keuzes maken is soms nog moeilijker op commercieel vlak als de herinrichting parkeerplaatsen doet verdwijnen, wat omwonenden vaak op stang jaagt."

Recht op fouten


"Voor onze inrichtingen werken wij met trial-error. We testen systemen, doen experimenten. Als de test sluitend blijkt, bestendigen we de maatregel. Anders proberen we iets anders of keren we naar de voormalige situatie terug. De MIVB hangt niet krampachtig vast aan haar oplossingen: ze kan ook toegeven dat bepaalde voorstellen niet werken of – ook al werken ze op het vlak van mobiliteit – problemen teweegbrengen op andere vlakken, waarvoor politieke arbitrage vereist is. Het belangrijkste blijft echter dat we blijven proberen."

Vragen van de MIVB


"Drie belangrijke vragen op dit moment: voorrang voor wegen waarop trams rijden: de voorrang van de tram moet nog versterkt worden, want dat komt de veiligheid beslist ten goede; een actievere rol voor de politie gefinancierd door de mobiliteitsconvenanten om het openbaar vervoer nog vlotter te doen verlopen; en tot slot een betere coördinatie van werken waarbij verschillende partners betrokken zijn, want dergelijke projecten zijn moeilijk in goede banen te leiden."