Net zoals de twee andere gewesten beschikt Brussel voortaan over een bepaling die de maatregelen voor invorderingen door de gemeente versterkt.
Onze Vereniging had lang aangedrongen op de vertaling van dit principe in de Brusselse regelgeving (zie ons memorandum, blz 5). Thans is onze eis gematerialiseerd, meer bepaald in artikel 137bis van de Nieuwe Gemeentewet. Na ingebrekestelling en voorlegging aan het College – twee verplicht etappes – kan de ontvanger een dwangbevel uitvaardigen voor de betaling van niet-fiscale schuldvorderingen. Het dwangbevel wordt bij deurwaarder aan de burger betekend.
Preciseringen
De ordonnantie van 27 februari 2014 wijzigt de Nieuwe Gemeentewet. Eén van de vele nieuwe bepalingen heeft betrekking op de lokale financiën: de aanzienlijke vereenvoudiging van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen van de lokale overheid.
1. Nut van de bepaling: alle niet-fiscale schuldvorderingen worden beoogd
Terwijl er reeds specifieke maatregelen bestaan op het vlak van belastingen (zie fiche 7.8 “Ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag” in ons Praktisch handboek voor gemeentemandatarissen), was er nog geen procedure voor de andere bedragen die aan de lokale overheid verschuldigd zijn.
Voorbeeld: op het vlak van retributies (parkeren, afgifte van bestuursdocumenten, levering van verschillende diensten door de gemeente – zie fiche 7.3 “Retributies” in ons Praktisch handboek voor gemeentemandatarissen) bevond de overheid zich in een nagenoeg contractueel kader dat niet de mogelijkheid bood dwangbevelen te gebruiken, waardoor ze niet over een voorafgaande titel beschikte om de verschuldigde bedragen te herhalen.
2. De kenmerken van de schuld bij de gemeente? Opeisbaar, definitief en zeker
Het toepassingsgebied van het nieuwe artikel reikt verder dan de invordering van de retributies. Het beoogt de inning, ten behoeve van de gemeente, van de “zekere” (niet betwist of tenminste vastgesteld aan de hand van voldoende zekere elementen), “opeisbare” (momenteel verschuldigde, waarvoor de gemeente onmiddellijke betaling kan eisen) en “definitieve” schulden (het begrip heeft niet het voorwerp uitgemaakt van andere preciseringen vanwege de Brusselse wetgever).
De invordering van bedragen met deze kenmerken gebeurt aan de hand van een dwangbevel dat de gemeente net als de belastingen zelf uitvaardigt.
3. De “geschil” procedure: etappes en betrokkenen
- ingebrekestelling
Alvorens de eigenlijke “geschil” procedure in te zetten, wordt er een ingebrekestelling gericht tot de burger, die er de kosten van draagt.
- dwangbevel – college en ontvanger
De mogelijkheid om het dwangbevel uit te vaardigen wordt aan de gemeenteontvanger toevertrouwd. Hij handelt niet alleen, maar met de instemming van het college van burgemeester en schepenen, dat zijn goedkeuring geeft en het dwangbevel verplicht maakt. Zoals op het vlak van belastingen (de kosten van de procedure kunnen ingekohierd worden), kunnen de kosten van de ingebrekestelling “inbegrepen” worden in het exploot.
- deurwaardersexploot
Het dwangbevel wordt door een deurwaarder aan de burger overgemaakt.
4. Gevolg van de procedure: verjaring en beroep tegen het exploot
- de verjaring is gestuit
De verjaring stopt met lopen vanaf het moment van de betekening door de deurwaarder van het exploot met de modaliteiten van het dwangbevel. Het feit dat de verjaring gestuit wordt, betekent dat de verlopen tijd vóór de stuiting verloren is. Een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen (H. De Page, Traité élémentaire de Droit civil belge, t. VIII, p. 1080, n° 198).
De burger kan de schuld betwisten binnen de maand na de betekening van het exploot dat hem het door de ontvanger uitgevaardigde dwangbevel ter kennis brengt. Bezwaar is mogelijk voor de rechtbank van eerste aanleg.
5. Uitzondering voor publiekrechtelijke rechtspersonen
- de wetstekst
De schulden van publiekrechtelijke rechtspersonen ontsnappen aan de procedure. Daartoe voorziet artikel 137bis dat de schulden nooit bij exploot ingevorderd kunnen worden.
- het begrip publiekrechtelijke rechtspersoon
Zijn publiekrechtelijke rechtspersonen: territoriale entiteiten zoals de Staat, het Gewest en de gemeenten. Die laatste kunnen bovendien publiekrechtelijke rechtspersonen creëren onder hun toezicht, bevoegd voor openbare dienstverlening, met een stukje openbare macht, uitsluitend onderworpen aan het openbaar recht (P. GOFFAUX, Dictionnaire élémentaire de droit administratif, Bruylant, 2006, p. 193).
Inwerkingtreding
Voor artikel 137bis is er geen specifieke inwerkingtreding voorzien. De tekst treedt in werking 10 dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, dus vanaf 12 april 2014.
Wettelijke basis
Art. 23 van de ordonnantie van 27.02.2014 (BS 2.4.2014) Inforum nr 279048
Deze ordonnantie werd verwerkt in onze gecoördineerde versie van de Nieuwe Gemeentewet: zie artikel 137bis