De Verenigingen schijven naar de informateur en de minister van Pensioenen.

De Vlaamse, Waalse en Brusselse Verenigingen van Steden en Gemeenten vernamen als leden van het beheerscomité van RSZPPO de verwachte evolutie van de basisbijdrage en de responsabiliseringsbijdrage voor de financiering van de pensioenen van de statutaire ambtenaren van de lokale besturen.

We wisten al dat de hervorming van de financiering van de pensioenen van de vastbenoemden tussen de inwerkingtreding in 2012 en 2016 gecumuleerde meerkosten van 2,250 miljard euro zou betekenen voor alle Belgische gemeenten, OCMW’s, politiezones en intercommunales samen.

Nu blijkt dat de responsabiliseringsbijdrage de komende jaren sterk zal moeten stijgen: op basis van de gevolgde scenario’s gaat het van een theoretische bijdrage van 50 % vandaag naar 61 % in 2017, 67 % in 2020 en 95 % in 2021! Dit betekent ongeveer een verdubbeling van de kosten, zeker voor de OCMW’s en hun sociale diensten.

Samen met de responsabiliseringsbijdrage blijft ook de basisbijdrage verder stijgen (momenteel nog wat gemilderd door het gebruik van reserves, maar die raken stilaan op), wat het geheel gewoon onbetaalbaar maakt voor de lokale besturen.

Twee dringende maatregelen moeten worden genomen: er moet worden gewerkt aan de inkomsten en de uitgaven moeten worden bedwongen.

Op het vlak van de inkomsten moet de federale overheid haar verantwoordelijkheid opnemen: zoals ze dat doet voor de pensioenen van de werknemers, de zelfstandigen en de statutairen van de andere overheden, is het noodzakelijk dat de federale overheid ook de financiering van de pensioenen van de ambtenaren van de lokale overheid mee ondersteunt.

Maar de financiële uitdagingen voor de lokale besturen zijn zo groot, dat het niet volstaat om de inkomsten te verhogen. Ook de pensioenuitgaven zelf moeten omlaag. Daarvoor moeten verschillende mogelijkheden worden onderzocht en dringend in beslissingen worden omgezet: gelijkgeschakelde periodes, referentiewedde, perequatie, gemengd pensioen gekoppeld aan een tweedepijler pensioen voor contractanten, aanzetten om te blijven werken tot 65, ...

Over het gemengd pensioen stelt de Commissie voor de hervorming van pensioenen 2020–2040 op pagina 118 van het verslag het volgende: « de Commissie is van oordeel dat de tijdelijke diensten in de toekomst binnen het werknemersstelsel moeten worden behouden ». Net als de Verenigingen meent de Commissie dat de contractuele periode in de loopbaan van de definitief benoemde ambtenaar niet meer meegerekend moet worden voor de berekening van zijn statutair pensioen, maar moet leiden tot een apart pensioen als contractant. De Commissie somt een aantal argumenten op die deze visie ondersteunen, waarvan we er enkele hier citeren: een einde aan de laattijdige benoemingen, een grotere coherentie in de stelsels bij de veralgemening van een bijkomend pensioen voor contractanten van de overheid, financiële transferten van het ene regime naar het andere afschaffen en alle problemen die hiermee gepaard gaan ...

Voor het eerst in de geschiedenis zijn de financiële problemen van de lokale besturen zo groot dat ze gedwongen afscheid moeten nemen van een deel van hun werknemers. Door de enorme kostenverhogingen die op de besturen afkomen zal het daar wellicht niet bij blijven.

Meer info