De commissie binnenlandse zaken belast met de lokale besturen had het advies van de Vereniging gevraagd over het voorstel van ordonnantie tot regeling van de tenlasteneming van de kosten van de lijkbezorging van onvermogenden. Onze opmerkingen werden grondig bestudeerd en grotendeels gevolgd bij de besprekingen in het parlement.
De Brusselse wetgever heeft een ordonnantie goedgekeurd tot wijziging van artikel 15 van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging met betrekking tot onvermogenden.De ordonnantie behandelt verschillende aspecten, zoals:
de gemeente van inschrijving in het bevolkingsregister
De gemeente die de begrafeniskosten van de onvermogende ten laste neemt, is voortaan de gemeente van de inschrijving in het bevolkingsregister (het wacht- of het vreemdelingenregister). Als de betrokkene nergens ingeschreven is, komt de verplichting toe aan de lokale overheid van de plaats van overlijden.
De tekst verduidelijkt een kwestie die tot nog toe niet uitdrukkelijk geregeld was in de wet. De ordonnantie van 19 mei 2011 brengt de Brusselse wetgeving ook in overeenstemming met die van de twee andere Gewesten. De Vereniging had daarop aangedrongen en ook op het belang van een intergewestelijk samenwerkingsakkoord dat de coherentie van de materie waarborgt.
de staat van behoeftigheid – wettelijk geregeld
De wetgever definieert de "behoeftige" door te verwijzen naar de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
In haar advies over het voorstel van ordonnantie onderstreepte onze Vereniging het belang van een definitie van de staat van behoeftigheid. Wij vinden de definitie in de ordonnantie objectief en duidelijk.
de kosten die in aanmerking genomen worden – gemeentelijke autonomie gevrijwaard
De Vereniging vindt dat de gemeenten hun volledige beslissingsbevoegdheid moeten behouden over de reikwijdte van hun financiële tussenkomst, verder dan wat wettelijk vastgelegd werd (begraving of verassing, het in aanmerking nemen van bijkomende kosten van bepaalde ceremonies, alle eventuele andere uitgaven die voortvloeien uit de naleving van de laatste wilsbeschikking van de betrokkene).
De Brusselse wetgever heeft de volgende tekst goedgekeurd:
"De kosten van de burgerlijke verrichtingen die daaruit voortvloeien, met uitzondering van de ceremonies van erediensten of niet-confessionele levensbeschouwingen van de behoeftigen, komen voor rekening van de gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar de overledene is ingeschreven in het bevolkingsregister, in het vreemdelingenregister of in het wachtregister of, bij ontstentenis, in de gemeente waar het overlijden heeft plaatsgehad."
Zie ook
Begrafenis van behoeftigen
>> De brief aan de commissie met het advies van de VSGB
>> De parlementaire werkzaamheden
Andere recente evoluties op het vlak van begraafplaatsen en lijkbezorging
>> Uitbreiding van de mogelijkheden bij overlijden
Wettelijke basis
- Ordonnantie van 19.05.2011 tot wijziging van de wet van 20.07.1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (BS 08.06.2011, Inforum 257048)