De uitspraken van premier De Wever in de media afgelopen weekend, onder andere over de OCMW’s, zijn binnen onze instellingen op onbegrip onthaald. Hij sprak zich uit over verschillende onderwerpen en stelde daarbij dat de OCMW’s “afhankelijkheid” bevorderen en dienstdoen als “kantoren voor sociale fraude”.
Deze ongegronde uitspraken hebben de maatschappelijk werkers op het terrein diep geschokt en roepen ernstige vragen op, zeker gezien de functie van meneer De Wever.
De Federaties van OCMW’s willen dan ook enkele basisprincipes opnieuw onder de aandacht brengen.
De OCMW’s passen de wet strikt toe en beschermen de rechtsstaat
Om een leefloon te kunnen ontvangen, legt de wet duidelijke en strikte voorwaarden op:
- Bereid zijn om te werken is verplicht. Opleidingen volgen, actief naar werk zoeken, een job aanvaarden ... alleen wie inspanningen levert om vooruit te geraken, kan een uitkering van het OCMW krijgen. Bij weigering wordt de uitkering geschorst of stopgezet. De OCMW’s hebben hierbij geen speelruimte: ze moeten de wet volgen, anders riskeren ze zelf sancties.
- Het leefloon is een residuair recht. Het OCMW komt pas tussen als alle andere rechten nagegaan zijn. Iemand doorverwijzen naar een pensioen, een uitkering voor personen met een handicap of een andere steunmaatregel is geen politieke keuze, maar een wettelijke verplichting om publieke middelen correct te gebruiken.
De OCMW’s zijn dus een belangrijke schakel in het respect voor de regels en de samenhang van ons sociaal systeem in België.
De OCMW’s stimuleren de inschakeling naar werk
Elk OCMW beschikt over diensten voor socioprofessionele inschakeling die gespecialiseerd zijn in de begeleiding naar opleiding en werk. Ze ondersteunen bijvoorbeeld begunstigden die opnieuw willen studeren, een beroepsopleiding volgen, stage lopen of aan de slag gaan.
In Wallonië alleen al vinden elk jaar meer dan 10.000 mensen opnieuw een job via de OCMW’s. In Brussel gaat het om ongeveer 2.700 mensen die via een inschakelingstraject aan werk geraken, naast de vele andere positieve trajecten van werkzoekenden die dagelijks opgevolgd worden.
De OCMW’s doen dus veel meer dan enkel sociale steun toekennen: ze begeleiden mensen actief naar hun integratie op de arbeidsmarkt. Ze zetten een sociale uitgave om in een economische investering. Daarbij wordt ook altijd de individuele verantwoordelijkheid van de begunstigden aangesproken.
De OCMW’s houden dus zeker geen afhankelijkheid in stand, maar zorgen er net voor dat mensen op termijn minder afhankelijk worden van uitkeringen.
De OCMW’s vormen een buffer tegen sociale fraude
Volgens een recente studie van de federale overheid wordt sociale fraude met het leefloon geschat op minder dan 5%.
Fraude is dus eerder beperkt, zeker gezien de vele controles die systematisch en zorgvuldig gebeuren. Ter vergelijking: het niet-gebruik van rechten wordt geschat op meer dan 45% (volgens een studie van de KU Leuven/UCL uit 2022).
Bovendien zijn de OCMW’s vaak de eersten die onregelmatigheden opsporen, situaties controleren en eventueel misbruik melden.
De OCMW’s zijn gebonden aan strikte budgettaire regels. Het is dan ook belangrijk te onderstrepen dat de OCMW’s geen zwakke schakel maar net cruciale actoren zijn in de strijd tegen sociale fraude.
De OCMW’s verdienen steun, geen aanvallen
De OCMW’s staan momenteel in de frontlinie van een aantal ingrijpende federale hervormingen. Sinds januari zien zij een sterke toestroom van mensen, die vaak wanhopig en beschaamd zijn en zich zeer ontwricht voelen.
In tegenstelling tot wat premier De Wever beweert, zien de OCMW’s geen mensen die “in een hangmat liggen”, maar burgers in een onzekere situatie.
Schaamte heeft nog nooit iemand geholpen richting werk. Alle onderzoeken in de psychologie en sociologie tonen duidelijk aan dat schaamte het zelfvertrouwen ondermijnt, mensen verlamt en hen vastzet in een spiraal van zelfwaardeverlies.
De OCMW’s zetten zich dus in om mensen opnieuw zelfvertrouwen te geven, in beweging te krijgen en perspectief te bieden. Dat is geen laksheid, maar een doeltreffende strategie. Wie opnieuw zelfvertrouwen heeft, kan ook weer actie ondernemen en aan het werk gaan.
In dat opzicht verwachten de OCMW’s steun en erkenning in verhouding tot de omvang van hun opdrachten.
Wij vragen respect voor het personeel van de OCMW’s en de mensen die zij begeleiden
In de OCMW’s werken geëngageerde en competente professionals die onvermoeibaar klaarstaan voor de meest kwetsbaren. Zij verdienen respect en erkenning. Daarom nodigen wij premier De Wever uit om een dag met hen mee te draaien, zodat hij zelf kan ervaren hoe relevant hun werk is.
Deze carte blanche is voor hen: om hen te bedanken voor het werk dat ze al geleverd hebben, vaak in moeilijke omstandigheden, en om hen te steunen in de komende weken en maanden nu de – veel grotere – tweede en derde golf van uitsluitingen begonnen is.
Want wat er ook gebeurt, de OCMW’s zullen blijven doen wat ze altijd al gedaan hebben: klaarstaan voor de meest kwetsbare burgers in ons land.
Volgens Dorothée Klein, voorzitter van de Federatie van Waalse OCMW’s, is het vandaag belangrijker dan ooit om “nogmaals onze diepe waardering uit te spreken voor het geleverde werk. In een context van vele complexe hervormingen geven onze maatschappelijk werkers blijk van professionaliteit en menselijkheid, door elke dag weer op het terrein als laatste vangnet van onze samenleving op te treden.”
Volgens Sébastien Lepoivre, voorzitter van de Federatie van Brusselse OCMW’s, moeten we “afstappen van sensationele clichés en samen hoger mikken. De strijd tegen armoede moet een absolute prioriteit blijven voor de volledige federale regering. Dat staat buiten kijf!”
Contactpersonen:
Voor de Federatie van Waalse OCMW’s:
Dorothée Klein, voorzitter, dorothee.klein@cpasnamur.be, 0478 87 20 53
Voor de Federatie van Brusselse OCMW’s:
Sébastien Lepoivre, voorzitter – slepoivre@cpasevere.brussels – 0476 86 52 35