Een vernieuwende studie van de Nationale Bank van België (NBB) biedt een nauwkeurige statistische benadering om de economische stromen tussen de gewesten objectief te kwantificeren en om een precieze diagnose te stellen van de economische situatie in Brussel, Vlaanderen en Wallonië.

Herverdeling en verschillende gewestelijke economische profielen

Voor het eerst in België en wereldwijd heeft de NBB de drie benaderingen van het bbp – productie, uitgaven en inkomsten – en het hele stelsel van niet-financiële rekeningen voor de periode 2010-2021 volledig over de gewesten verdeeld. Hierdoor kan de economische gezondheid van elk gewest worden beoordeeld en kunnen de economische stromen (goederen, diensten, inkomsten en overdrachten) tussen de gewesten beter worden begrepen.

De resultaten zijn duidelijk: Brussel en Vlaanderen genereren voldoende inkomsten om hun uitgaven te dekken, terwijl Wallonië een structureel tekort heeft. Achter deze vaststelling gaan heterogene en sterk uiteenlopende economische omstandigheden schuil.

Als economische motor profiteert Brussel niet optimaal van de rijkdom die het voortbrengt

Brussel genereert een aanzienlijke toegevoegde waarde en heeft de hoogste positieve handelsbalans van de drie gewesten, dankzij een sterke productie van diensten – met name in de financiële en administratieve sector – die het uitvoert naar Vlaanderen en Wallonië, die deze diensten verbruiken. Brussel heeft bijgevolg een omvangrijk handelsoverschot van gemiddeld € 28,6 miljard per jaar.

Deze lokaal geproduceerde rijkdom blijft echter niet in het gewest, omdat Brussel een aanzienlijk deel van zijn inkomsten overmaakt aan de andere gewesten: € 20 miljard per jaar aan arbeidsinkomsten die worden uitbetaald aan Vlaamse en Waalse pendelaars; € 1,4 miljard per jaar aan kapitaalinkomsten, met name dividenden die aan niet-ingezetenen worden uitgekeerd; en € 3 miljard per jaar aan interregionale overdrachten. Dit laatste bedrag vertegenwoordigt de nettobijdrage van Brussel aan de solidariteitsmechanismen. Brussel draagt meer bij aan de overheidsbegroting dan het ontvangt en financiert via taksen, belastingen en sociale bijdragen een aanzienlijk deel van de overheidsuitgaven die ten goede komen aan Wallonië.

Hoewel Brussel zeer productief is, ligt het beschikbaar inkomen er 33% lager dan het gewestelijk bbp. Ondanks de uitgaande inkomstenstromen heeft het gewest een positief saldo op de lopende rekening van € 3,1 miljard. De overheidsuitgaven maken er 47% van het gewestelijk bbp uit en de overheid heeft een gemiddeld tekort van € 1,5 miljard (1,9% van het gewestelijk bbp). De private sector (huishoudens en ondernemingen) spaart echter voldoende om dit tekort te compenseren.

Een instrument om het regionale economische beleid te herzien

In de studie van de NBB wordt een nieuwe en nauwkeurige manier geboden om de gewestelijke economieën te bekijken. Deze nodigt uit om verder te kijken dan traditionele indicatoren zoals het bbp en om inkomsten- en overdrachtsstromen te integreren, die van essentieel belang zijn om de rijkdom van de regionale economieën te meten. Aan de hand van nieuwe indicatoren die zijn afgestemd op de internationale statistische voorschriften, is het doel van de studie om een bijdrage te leveren aan het publieke debat door antwoorden te geven op fundamentele vragen over de houdbaarheid van de uitgaven, de dynamiek van de inkomenscreatie op gewestelijk niveau en de kloof tussen de belastinggrondslag en de gewestelijke belastingontvangsten.

(BRON: Nationale Bank van België)