In 2013 keurde het Brusselse parlement de nieuwe Huisvestingscode goed. Die wijzigde ondermeer de regels betreffende de toekenning van niet-sociale woningen, met het oog op een transparantere toekenning en harmonisering van de procedures van de verschillende overheidsoperatoren.

Er werden enkele vorderingen tot nietigverklaring ingediend bij het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Die hebben beslist: de onafhankelijke commissie en de beperking van de toewijzingen op uitzondering zijn niet meer verplicht.

Grondwettelijk Hof


Onafhankelijke commissie (art. 28bis)

Het Grondwettelijk Hof heeft artikel 28bis van de Huisvestingscode nietig verklaard. Dat artikel stelde dat zowel de woningen van gemeenten en OCMW's toegekend moeten worden op eensluidend advies van een onafhankelijke commissie waarvan samenstelling en werkwijze door de gemeenteraad bepaald worden.

Het Hof oordeelt dat er geen gedisproportioneerde schending is van de autonomie van de gemeenten, noch van hun eigendomsrecht, in de mate dat de gemeenteraad bevoegd blijft om de samenstelling en de werkwijze van de commissie te bepalen. Ze stelt het principe van een onafhankelijke commissie dus niet in vraag.

Maar het Hof stipt aan dat de Huisvestingscode het OCMW geen enkele bevoegdheid verleent om de samenstelling van de commissie vast te leggen en geen enkele minimale vertegenwoordiging van het OCMW binnen de commissie oplegt. Het oordeelt dus dat artikel 28bis een discriminatie vormt van de OCMW's ten opzichte van de gemeenten. Daarom wordt artikel 28bis opgeheven.

Beperking van de uitzonderingen (art. 31)

Artikel 31 van de Code maakt het mogelijk bij de toekenning van een woning af te wijken van de regels vastgelegd in het toewijzingsreglement, als iemand zich in uiterste nood bevindt.

De hervorming van 2013 beperkte de afwijkingen tot 40 % van het totaal aantal toewijzingen gedurende het vorige jaar.

Het Hof stelt vast dat die beperking tot gevolg zou kunnen hebben dat een gemeente of OCMW geen woning kunnen toekennen terwijl de situatie van uiterste nood van de aanvrager bewezen is en de uitzondering dus gerechtvaardigd. Voor het Hof is die beperking gedisproportioneerd ten opzichte van het doel van objectivering van de procedure voor toekenning van de woningen.

Daarom schrapt het Grondwettelijk Hof de zin “Het aandeel van de op grond van dit artikel toegewezen woningen mag geenszins hoger liggen dan 40 % van het totale aantal woningen dat tijdens het voorgaande jaar werd toegewezen” in artikel 31 van de Huisvestingscode.

De Raad van State redeneert verder

Er werden ook vernietigingsverzoeken ingediend bij de Raad van State tegen het regeringsbesluit betreffende de regels die van toepassing zijn op de woningen die te huur gesteld worden door openbare vastgoedmaatschappijen en door sociale verhuurkantoren. Dit besluit bepaalt de typereglementen per categorie operator.

Logischerwijs annuleert de Raad van State de artikelen van het besluit die de artikelen van de Huisvestingscode uitvoeren die het Grondwettelijk Hof vernietigd heeft. Door de beslissing van het Grondwettelijk Hof hebben ze immers geen wettelijke basis. 

En sluit zich aan bij het standpunt van de VSGB

De Raad van State voegt eraan toe dat door het verbod op elke vorm van politiek mandaat voor de leden van de commissie, de regering de beslissingsbevoegdheid van de gemeenteraad beperkt in afwezigheid van elke vorm van wettelijke habilitering.

Deze sluit zich aan bij het advies dat de VGSB uitte in een brief van 11 september 2013. Daarin stelde onze Vereniging dat de Code de regering niet toelaat de macht van de gemeenteraad terzake te beperken.

Bovendien onderstreepte ze dat het recht van de gemeenteraden om verkozen mandatarissen te kunnen aanstellen, een essentieel democratisch principe is.

Zij besloot dat het ideaal zou zijn dat ingeval politieke mandatarissen aan de commissie deelnemen, er een evenwichtige vertegenwoordiging zou zijn van de gemeentelijke meerderheid en oppositie, en de commissie niet uitsluitend zou bestaan uit mandatarissen, zodat er nog deskundigen bij betrokken kunnen worden.

De gemeenten hervinden hun volle autonomie

In afwachting van een eventuele wijziging van de Huisvestingscode hervinden de gemeenten hun volle autonomie terzake.

De gemeenteraad is vrij om in het toewijzingsreglement het principe van een onafhankelijke commissie al dan niet te behouden.

Als ze daarvoor kiezen, moeten ze niet meer verbieden dat de leden van de commissie een politiek mandaat uitoefenen.

Men moet gevolg geven aan de tegenwerpingen van het Grondwettelijk Hof, hetzij door het OCMW de mogelijkheid te bieden - mits akkoord van de raad voor maatschappelijk welzijn - zijn vertegenwoordigers aan te stellen binnen een unieke commissie, hetzij door een specifieke commissie voor de woningen van de gemeente op te richten.

De minister reageert

 

Als antwoord op een parlementaire vraag in de commissie Huisvesting op 19 maart 2015 wees minister van Huisvesting Céline Fremault op de principes die zij voorstaat, als reactie op die rechtspraak:

  • de commissie herstellen
  • haar onafhankelijkheid vrijwaren
  • de vertegenwoordiging van de OCMW's verzekeren
  • het pluralisme van de leden waarborgen, ipv politieke mandatarissen uit te sluiten

Info

Achtergrond