17 Brusselse gemeenten hebben deelgenomen aan de tussentijdse evaluatie van de Good Food 2.0-strategie, uitgevoerd door Brulocalis. Aan de hand van hun antwoorden kunnen de vorderingen, belemmeringen en behoeften worden geïdentificeerd om de duurzame voedselovergang te versterken.
Op initiatief van Leefmilieu Brussel en in het kader van de tussentijdse evaluatie van de Good Food 2.0-strategie (2022-2030) heeft Brulocalis een vragenlijst opgesteld voor de 19 Brusselse gemeenten. Het doel van deze aanpak is om een stand van zaken op te maken van de duurzame voedselomschakeling volgens de vijf pijlers van de regionale strategie en tegelijkertijd de behoeften en prioriteiten van de lokale besturen in kaart te brengen. In de loop van 2025 hebben 17 gemeenten aan deze evaluatie deelgenomen.
Uit de resultaten van deze raadpleging kunnen verschillende algemene trends worden afgeleid.
- As 1 – Agro-ecologische productie: alle gemeenten die hebben gereageerd, ondersteunen burgerlandbouwprojecten (collectieve of schoolmoestuinen, participatieve boomgaarden, buurtcomposte, enz.). Acht van hen ondersteunen ook professionele landbouwprojecten en twaalf stellen gemeentegronden ter beschikking. Deze as is lokaal goed verankerd, hoewel de burgerdimensie dominant blijft. In de toekomst moet aandacht worden besteed aan de ontwikkeling van professionele lokale landbouw.
- As 2 – Good Food-ketens: minder dan de helft van de gemeenten heeft een Good Food-toeleveringsketen opgezet. Deze as is nog in ontwikkeling.
- As 3 – Commercieel aanbod en catering: Zestien gemeenten hebben Good Food-criteria geïntegreerd in hun collectieve cateringdiensten, maar slechts acht hebben het Good Food-label gekregen. Het label lijkt een belangrijke uitdaging voor de komende jaren te worden.
- As 4 – Toegankelijkheid voor iedereen: tien gemeenten hebben acties opgezet die gericht zijn op kwetsbare groepen (sociale kruidenierswinkels, solidariteitsmaaltijden, voorkeurstarieven, educatieve activiteiten), vaak in samenwerking met Vzw's, OCMW's of andere lokale structuren.
- As 5 – Vermindering van voedselverspilling: deze as wordt op grote schaal geïmplementeerd, met zestien gemeenten die actief zijn in de strijd tegen verspilling (compostering, sensibilisering, beheer van onverkochte producten, opleidingen).

Op structureel vlak geven vijftien gemeenten aan dat ze de Good Food-strategie hebben opgenomen in een gemeentelijk actieplan (vaak een klimaatplan), maar slechts zes hebben indicatoren voor de opvolging en tien hebben geen specifieke medewerker voor de coördinatie van dit thema. Het gebrek aan personele en financiële middelen en de ontoereikende interne coördinatie behoren tot de belangrijkste belemmeringen die worden genoemd.
Uit de evaluatie blijkt ook dat er grote verschillen zijn tussen de gemeenten: de aanwezigheid van een coördinator, de integratie in een klimaatplan, solide partnerschappen met verenigingen en een duidelijke politieke steun lijken sleutelfactoren voor succes te zijn.
Concluderend kunnen we stellen dat uit het onderzoek verschillende behoeften voor de toekomst naar voren komen: structurele financiering van een gemeentelijke Good Food-medewerker, subsidies voor meer duurzame projecten en een verduidelijking van de regionale doelstellingen die zijn afgestemd op de realiteit in het veld.