De Verenigingen van gemeenten pleegden overleg met de RSZPPO over de pensioenproblematiek. Zij vragen meer duidelijkheid en voorspelbaarheid betreffende de bijdragen.

Op vraag van de drie Verenigingen had DIBISS, voorheen de RSZPPO een onderhoud op 15 januari 2015 met de Verenigingen. Daarbij ging het over de aanwending van de reserves, voor zover die er nog zijn, en hoe ze aangewend moeten worden, over betere communicatiemogelijkheden en over de nieuwe RSZPPO.

De VSGB benadrukte dat er nood is aan een duidelijkere communicatie over de facturen voor het pensioen van de vastbenoemde ambtenaren voor de komende jaren. Nu krijgen de gemeenten een factuur met de vooruitzichten voor de volgende drie jaren, maar eigenlijk is dat te weinig om deze stijgende uitgaven te kunnen plannen.

Het pensioensysteem


We overlopen nog eens de principes over de pensioenen. Bijna alle lokale besturen zijn vandaag aangesloten bij het gesolidariseerde pensioenfonds van de RSZPPO. Een bestuur betaalt een basispensioenbijdrage en eventueel een responsabiliseringsbijdrage.

De basispensioenbijdrage is verschuldigd door alle lokale besturen, aangesloten bij het gesolidariseerde pensioenfonds, en is gelijk aan een percentage van het aan pensioenbijdragen onderworpen loon van de vastbenoemde ambtenaren. Voor de wetswijziging van 2011 bestonden er verschillende pools, waardoor voor de periode van 2012 tot 2016 de basispensioenbijdrage verschilde naargelang het pensioenstelsel waarbij het bestuur tot 31 december 2011 aangesloten was. Het is de bedoeling om een eenvormig systeem te krijgen en de verschillende pools die in het verleden bestonden, af te bouwen. Om die reden worden de bijdragevoeten geleidelijk geharmoniseerd. In 2016 zal de basispensioenbijdrage voor alle lokale besturen gelijk zijn aan 41,50%.

Bestemming van de reserves en voorspelbaarheid van de bijdragen


Voor de oude pool I, waartoe enkel de gemeenten Ganshoren, Watermaal-Bosvoorde en Sint-Lambrechts-Woluwe behoren, resten nog reserves en de vraag is of DIBISS die meteen volledig zal aanwenden of zal kiezen voor een meer gefaseerde aanwending, met de bedoeling geen valse hoop te wekken over de werkelijke bijdragen.

Na 2016 zal de Minister van Pensioenen de basispensioenbijdrage elk jaar vastleggen voor de volgende drie jaar, zoals de wet het voorziet. De lokale besturen zullen uiterlijk op 1 oktober de basispensioenbijdrage voor het derde erop volgende jaar kennen. Zo zal de basispensioenbijdrage voor het jaar 2017 op 1 oktober 2014 bekendgemaakt worden. Drie jaar is al een vooruitgang ten opzichte van een jaarlijkse factuur, maar toch wensen de lokale besturen de kosten op nog langere termijn te kennen. De pensioenfinanciering neemt immers een belangrijke plaats in op de begroting van een bestuur.

De responsabiliseringsbijdrage is in principe enkel verschuldigd door de besturen waarvan de pensioenlasten afwijken ten opzichte van de gemiddelde pensioenlast. Voor deze besturen volstaan de basispensioenbijdragen die geïnd worden op de verminderde loonmassa van hun vastbenoemden niet en wordt een deel van de pensioenlast gedragen door de deelnemers van de solidariteit. De responsabilisering van deze besturen bestaat uit een bijkomende bijdrage die op jaarbasis berekend wordt. Zo wordt dan op basis van de pensioenuitgaven ten opzichte van de basisbijdrage bepaald of het bestuur een responsabiliseringsbijdrage verschuldigd is en hoeveel deze bedraagt. Deze factuur hangt af van verschillende factoren die in de wet zijn vastgelegd.

Advies van de VSGB


  • Ook al zijn de criteria strikt gereglementeerd, toch meent de Vereniging dat DIBISS duidelijker hierover zou kunnen communiceren. De bijkomende afrekening die het bestuur ontvangt, is niet altijd duidelijk.
  • Bovendien gaat het om belangrijke bedragen die jaarlijks aangerekend worden, vandaar de vraag van de Vereniging om ook hier meer vooruitzichten te kunnen geven opdat de besturen kunnen plannen.
  • De Vereniging kreeg tot slot de toezegging van DIBISS om de hele problematiek te komen toelichten. Het is immers duidelijk dat het voor de lokale besturen een zware financiële uitdaging wordt om de komende jaren hun pensioenen te financieren.

Zie ook