In de Brusselse gemeenten blijft de pariteit in de gemeenteraden en schepencolleges op hetzelfde niveau: vrouwen maken er nagenoeg de helft van de verkozenen uit. Sinds 2012 en 2018 garanderen twee wettelijke mechanismen de pariteit in beide gemeentelijke bestuursorganen. Toch zijn er nog altijd verschillen tussen de gemeenten en blijft de toegang tot sleutelposten ongelijk: slechts 28% van de lijsttrekkers was een vrouw en vijf van de negentien burgemeesters zijn vrouwen na de afgelopen verkiezingen. Deze gegevens wijzen op een positieve evolutie, maar maken ook duidelijk dat er nog hardnekkige obstakels overwonnen moeten worden om tot een volledig evenwichtige vertegenwoordiging te komen in de Brusselse lokale politiek.

Na de verkiezingen van 13 oktober 2024 is 49,2% van de Brusselse mandatarissen een vrouw en 50,8% een man, goed voor 345 vrouwen en 356 mannen in de negentien nieuwe gemeenteraden[1].

Sinds 2012 is het zogenaamde ‘ritssysteem’[2] verplicht voor de Brusselse gemeenteraadsverkiezingen. Dat houdt in dat mannen en vrouwen elkaar afwisselen op de kieslijsten. Alleen voor de lijsttrekker kan nog een voorkeur voor een bepaald geslacht meespelen. In 2024 was slechts 28% van de lijsttrekkers voor de 124 ingediende lijsten in de negentien Brusselse gemeenten een vrouw (35 vrouwen tegenover 89 mannen), ofwel evenveel als bij de verkiezingen van 2018[3]. Zowat dezelfde verhouding zien we in Wallonië, waar in 2024 30% van de lijsttrekkers een vrouw was: 260 vrouwen tegenover 607 mannen[4]. In Vlaanderen werd een kwart van de gemeentelijke kieslijsten aangevoerd door een vrouw, goed voor 360 vrouwen op 1442 lijsten[5]. De vraag wie lijsttrekker wordt, is een beladen kwestie, aangezien de lijsttrekker vaak bevoordeeld wordt. De vraag is vooral relevant in Vlaanderen, waar de persoon met de meeste voorkeurstemmen op de lijst met de meeste stemmen als eerste de kans krijgt om een meerderheid te vormen.

In Wallonië zijn 2217 van de 5234 gemeentelijke verkozenen – ofwel 42,36% – een vrouw. In Vlaanderen werden 41,7%[6] vrouwen verkozen in de gemeenteraden. Nu de stemplicht in Vlaanderen voor het eerst bij deze gemeenteraadsverkiezingen afgeschaft is, kunnen we ons ook de vraag stellen of er mogelijk een correlatie (of een negatieve correlatie) bestaat met het aantal stemmen voor vrouwen. In 2018 was 48,8% van de verkozenen in de Brusselse gemeenteraden een vrouw[7]. Ter vergelijking, in de Waalse gemeenteraden was het aandeel vrouwen goed voor 38,6%. En in de 300 Vlaamse gemeenteraden was 38,4% een vrouw. We kunnen dus stellen dat de pariteit nagenoeg bereikt werd in Brussel en dat er alleen in Vlaanderen en Wallonië ruimte voor verbetering was.

Hoewel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) het goed doet op het vlak van pariteit in de gemeenteraden, staan niet alle gemeenten op dezelfde voet. De wetgever legt dan wel regels op met betrekking tot de keuzes die aan de kiezer voorgelegd worden, maar hij heeft er zich wel voor gehoed een garantie op te leggen voor de vertegenwoordiging van vrouwen in de gemeenteraden in het BHG.

In dit geval zien we dat in Brussel, zowel in 2018 als in 2024, en zelfs zonder gegarandeerde vertegenwoordiging, de gemeenteraden voor iets minder dan de helft uit vrouwen bestaan.

Wat met de colleges?

Of de cijfers voor zich spreken, hangt altijd af van hoe de gegevens samengevoegd zijn. Daarom bieden we twee analyses van de colleges volgens geslacht:

College – verdeling volgens gender (inclusief burgemeesters)

In de eerste analyse bestaan de colleges uit schepenen en burgemeesters en voegen we daar nog de OCMW-voorzitters aan toe. Zo ziet u de verdeling tussen mannen en vrouwen in verhouding tot het hele lokale uitvoerende ambt.

College – verdeling volgens gender (exclusief burgemeesters)

In de tweede diagram houden we enkel rekening met de schepenen en OCMW-voorzitters en halen we de burgemeesters eruit. Dit geeft meer inzicht in de ontwikkeling naar pariteit volgens een piramidale logica, waarbij we nagaan of de overgang naar een hoger bestuursniveau al dan niet gepaard gaat met een vermindering van het aandeel vrouwen. In dit geval worden de 49% verkozen vrouwen in de Brusselse gemeenteraden ook 45,1% vrouwelijke schepenen (met burgemeester). Verderop in dit artikel zullen we echter zien dat op het niveau van de burgemeesters de aandelen zakken..

In 2018 waren 77 van de 155 Brusselse schepenen een vrouw, ofwel bijna 50%. In Wallonië waren 415 van de 1075 schepenen een vrouw, ofwel 38,6%. In Vlaanderen waren ze met 602 van de 1580, ofwel 38,1%[8].

In de gemeentecolleges in het Brussels Gewest tellen we – inclusief de OCMW-voorzitters (zie verderop), maar zonder rekening te houden met de burgemeesters (die komen later aan bod) – 76 vrouwen onder de 158 schepenen en OCMW-voorzitters, ofwel 48,1%[9], na de verkiezingen van 2024.

In Wallonië zijn 449 van de 1125 schepenen een vrouw, ofwel 39,9%. In de Vlaamse colleges zijn 621 van de 1557 schepenen een vrouw, ofwel zo'n 40%[10].

De pariteit in de Brusselse schepencolleges is geen toeval. De Brusselse wetgever heeft weliswaar geen pariteit voorgeschreven voor de gemeenteraden, toch legde de ordonnantie van 2018[11] (zo goed als) op dat er evenveel vrouwelijke als mannelijke schepenen moeten zijn (behalve bij een oneven aantal schepenen).

Het venijn zit ‘m echter in de details, want er zijn uitzonderingen mogelijk op de pariteitseis:

  • Als minstens een derde van de leden van het college van burgemeester en schepenen “van een ander geslacht is dan de anderen”.
  • Als de lijsten die de gemeentelijke meerderheid vormen, onvoldoende kandidaten van een van de geslachten bevatten.
  • De boventallige schepen, die de gemeenteraad kan instellen – zonder daartoe verplicht te zijn – om de vertegenwoordiging van de andere taalrol te verzekeren in het college, wordt evenmin meegeteld in de verplichting tot pariteit.
  • Ten slotte, als een schepen vervangen wordt, hoeft diens opvolger niet van hetzelfde geslacht te zijn.
  • En de wijzigingen in artikel 16, §2 van de NGW, waarop we later nog terugkomen.

Kortom, de pariteit in het gemeentecollege is een Brusselse verplichting waarnaar men moet streven zonder deze absoluut te moeten bereiken. Het is geen resultaatsverplichting!

Bovendien gebeurt de samenstelling van het college, in tegenstelling tot die van de gemeenteraad, op indirecte wijze. Het is dus interessant om in de grafiek naar de cijfers per gemeente te kijken.

Om de genderpariteit te meten, zou het verschil echter groter dan één moeten zijn. Een dergelijk verschil tussen mannen en vrouwen zien we in negen gemeenten (of tien gemeenten als we de burgemeesters meerekenen).

Het geval van de OCMW-voorzitters is interessant, omdat de wetgever een specifieke methode voorzien heeft voor het berekenen van het genderevenwicht. Zo specificeert artikel 16, §1 van de Nieuwe Gemeentewet het aantal schepenen per aantal inwoners in de gemeente én de daarmee gepaard gaande verdeling volgens geslacht. In §2 staat echter het volgende:

§2. Van par. 1 kan slechts worden afgeweken als ten minste een derde van de leden van het college van burgemeester en schepenen van een ander geslacht is dan de anderen. 

Om die verhouding te bepalen, kan uitzonderlijk worden gebruikgemaakt van de volgende twee mogelijkheden: [...] de OCMW-voorzitter kan worden meegeteld in de berekening van het aantal leden van het college van burgemeester en schepenen; [...]”

In dit geval wordt het OCMW-voorzitterschap in een derde van de gemeenten door een vrouw (7 vrouwelijke OCMW-voorzitters) en in twee derde door een man (12 mannelijke OCMW-voorzitters) bekleed. Dit compenseert of verkleint soms een uitgesproken genderkloof.

Wat de gemeentecolleges betreft, zien we nog altijd verschillen tussen de gewesten onderling. Zo mag in Wallonië maximaal twee derde van de verkozenen in de colleges – die de OCMW-voorzitters wel opnemen in hun gelederen[12] – van hetzelfde geslacht zijn. In Vlaanderen hoeft slechts minstens één persoon van het andere geslacht in het gemeentecollege te zitten, waardoor dit gewest achterblijft op het gebied van gelijkheid, althans wat de wettelijke bepalingen betreft. 

Uiteindelijk zouden we het gemeentecollege kunnen vergelijken met het uitvoerend college van de andere bestuursniveaus. Hoewel er nog geen nieuwe Brusselse regering gevormd is, werd de beperkte aanwezigheid van vrouwen in de federale regering sterk opgemerkt en bekritiseerd.

De burgemeesters onder de loep

Na de verkiezingen van 2024 werden in de Brusselse gemeenten vijf vrouwen benoemd tot burgemeester: Olivia P'tito, Catherine Moureaux, Sophie de Vos, Claire Vandevivere en Audrey Henry; op basis van een politiek akkoord zal deze laatste echter maar een halve ambtstermijn bekleden en de burgemeesterssjerp van Schaarbeek halverwege het mandaat overdragen aan Hasan Koyuncu. Voor alle Brusselse gemeenten samen bedraagt het aandeel dus 23%[13].. In Wallonië zijn 56 van de 263 burgemeesters een vrouw (21%). Vlaanderen telde 48 vrouwelijke kandidaten (17,4%) die het initiatiefrecht kregen.

Na de verkiezingen van oktober 2018 werden in de Brusselse gemeenten twee vrouwen tot burgemeester aangesteld. Catherine Moureaux in Sint-Jans-Molenbeek en Cécile Jodogne in Schaarbeek waren toen de enige vrouwen die de burgemeesterssjerp mochten dragen, ofwel 10%. In 2022, halverwege het mandaat, deden echter maar liefst drie burgemeesters afstand van hun sjerp. En tot drie keer toe waren het vrouwen die daarvan profiteerden, waardoor hun vertegenwoordiging op dit niveau aanzienlijk toenam: Sophie de Vos in Oudergem, Mariam El Hamidine in Vorst en Claire Vandevivere in Jette. Vrouwen bekleedden toen dus meer dan een kwart van de burgemeestersfuncties in Brussel. Ter vergelijking, in 2018 telde Wallonië 48 vrouwen onder de 262 burgemeesters (18%). In Vlaanderen werden iets minder dan 43 van de 300 gemeenten bestuurd door een vrouwelijke burgemeester, ofwel nauwelijks een op vijf (19%).

We mogen dus concluderen dat men nog niet altijd happig is op een vrouw als burgemeester. Er is ook maar één burgemeester. Moeilijk dus om de functie te delen, of om een evenwicht te bereiken of om pariteit te vinden. Het gaat hier om het bekleden (of toetreden tot) van één enkel ambt. Een andere logica dus, die men moeilijk via wetgeving kan oplossen.

Niet enkel een kwestie van mannen en vrouwen

Hoewel het probleem zich nog niet voorgedaan heeft, mogen we gezien de maatschappelijke ontwikkelingen op het vlak van gender verwachten dat er bij een volgende verkiezing ook verkozenen zullen zijn die zich niet herkennen in de klassieke geslachtsindeling. De huidige wetsbepalingen zullen dus ongetwijfeld enigszins aangepast moeten worden. Het probleem zou er bijvoorbeeld toe kunnen leiden dat er in een gemeente geen college gevormd kan worden.


[1] RTBF Info, Presque autant de femmes que d’hommes élus à Bruxelles, mais de grosses différences par commune et par liste, 16 oktober 2024. 

[2] Artikel 33, §9, tweede lid van het Nieuw Brussels Gemeentelijk Kieswetboek (in werking sinds 24 augustus 2023) bepaalt het volgende: “Op elk van de lijsten met kandidaten voor de verkiezing van gemeenteraden, moeten twee opeenvolgende kandidaten van een verschillend geslacht zijn. De keuze van het geslacht van de kandidaat op de laatste plaats is vrij voor de lijsten met een oneven aantal kandidaten.

[3] Le Vif, Une féminisation en trompe-l’oeil, 31 oktober 2024. 

[4] Le Soir, Alexandre Noppe, Aux élections communales, seulement 30% des têtes de liste sont des femmes, 4 oktober 2024.

[5] VRTnws, Elections communales : 3600 candidats en moins qu’il y a six ans en Flandre, 17 september 2024. 

[6] La Libre Belgique, Communales 2024 : en Flandre, la proportion de femmes dans les conseils communaux grimpe à 41.7%, 16 oktober 2024. 

[7] CRISP, (2024). La préparation des élections provinciales et communales du 13 octobre 2024. Courrier hebdomadaire, nr. 2617-2618, p. 40-77.

[8] Nieuwsbrief, Vrij veel vrouwen in Brusselse lokale politiek, nr. 128, mei-juni 2022.

[9] Wanneer we de OCMW-voorzitters buiten beschouwing laten, vertegenwoordigen de vrouwelijke schepenen zelfs 51,22% van de zeventien getelde colleges. Maar als we met de burgemeesters rekening houden, daalt dit aandeel.

[10] VVSG, Minder dan één op vijf Vlaamse burgemeesters is een vrouw, 23 januari 2025.

[11] Ordonnantie van 1 maart 2018 tot wijziging van de Nieuwe Gemeentewet teneinde een evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in de gemeentecolleges te waarborgen, Belgisch Staatsblad, 12 maart 2018.

[12] Artikel L1123-3 van de Waalse ‘Code de la Démocratie Locale et de la Décentralisation’.

[13] Ofwel 4,5 op de 19 gemeenten, rekening houdend met de verwachte situatie in Sint-Joost en het akkoord over het burgemeesterschap in Schaarbeek.